Feed on
Posts
Comments
2010 was een bijzonder vruchtbaar muzikaal jaar. Vele gevestigde waarden brachten hun beste werk in jaren uit, en de oogst aan veelbelovende nieuwe indiebands was indrukwekkend. Daarom had ik heel wat moeite met dit lijstje, en hebben enkele kleppers het uiteindelijk niet gehaald. Dus geen Deerhunter, Sufjan Stevens, Paul Weller of Belle & Sebastian in deze lijst. Zeer goeie albums, maar ze misten ten huize Smintjes nét dat tikje meer om minstens één keer per week opgezet te worden.
Het is een top 11 geworden trouwens, nummer 11 kwam technisch gezien eind 2009 reeds uit maar bereikte Smintjes HQ pas in 2010. En werd daar zéér veel gespeeld.
Anyway, here we go music!
1. Fang Island – Fang Island
Geen verrassing voor degenen die regelmatig met me aan een toog zitten. Het was lang geleden dat een album me nog eens in de rol duwde van missionnaris om de blijde muzikale boodschap uit te dragen: deze cd heb ik aan heel wat mensen uitgeleend. De riffmeisters van Fang Island hebben immers een debuutplaat gemaakt die hier insloeg als een kruisraket. Slechts 29 minuten lang, maar elke minuut tèlt. Fang Island rockt, rockt hàrd. Ze rocken op een manier die je blij maakt, vrolijk, extatisch zelfs. Zet dit kreng hard en je wil gewoon rondhuppelen, meebrullen, luchtgitaren als een gek. Als een troep vrolijke wipneuskonijntjes in een groene weide een rockplaat zouden maken, zò zou ze klinken. Geen pretentie, geen artyfarty gezeik, gewoon gààn. Je verstaat de samenzangen eigenlijk niet, maar het kan je geen ruk schelen. Dit klinkt gewoon zo onvoorstelbaar goed. Massive. Epic. Perfect.
2. Phosphorescent – Here’s To Taking It Easy
De namiddagplaat in de Libertad van 2010. Opener It’s Hard To Be Humble (When You’re From Alabama) kan dan wat opgewekter klinken dan Matthew Houck’s eerdere werk, het blijft intrieste muziek. Prachtige luisterplaat die eindigt met het hartverscheurende “Los Angeles”: wie hier geen kippenvel van krijgt heeft nooit geleefd. De stokjes van de drummer belandden in september op mysterieuze wijze hier op mijn schouw.

3. Titus Andronicus – The Monitor

Vuile, sign o’ the times plaat van New Jersey’s talentvolsten. Met de Amerikaanse burgeroorlog als achterliggend thema wordt er volop aan maatschappijkritiek gedaan, maar de heren en dame vergeten nooit dat een killer gitaarriff meer overbrengt dan drammerig gezeur. Check vooral het 14-minuten durende The Battle of Hampton Roads: geen moment verveelt deze rauwe lap rockgeweld. Bevat ook de beste sample van 2010: de geschiedenisleraar van één van de bandleden die een quote van Abraham Lincoln door een voxcoder prevelt: “I Am Now The Most Miserable Man Alive”. Hard zetten is de boodschap.
4. Here We Go Magic – Pigeons

Enkel en alleen al door het door motorik aangedreven “Collector” – nummer van het jaar trouwens – moet je deze cd gehoord hebben. Psychedelische popplaat met new wave trekjes.

5. No Age – Everything In Between
Shoegaze was helemaal terug in dit jaar. Het Californische No Age was hier mee voor verantwoordelijk met hun uitstekende postpunkplaat Everything In Between. Een stuk toegankelijker dan hun eerdere, hardere werk maar toch verloochenen ze hun roots en invloeden niet. Veel noise, veel fuzz en vooral killer riffs. Speelden in oktober de Trix in Antwerpen nog aan stukken.

6. Broken Social Scene – Forgiveness Rock Record

Ze blijven toch vooral de beste live band ter wereld, maar bewijzen dat ze ook in de studio nog voor kippenvel kunnen zorgen. Opener World Sick is een quintessentieel BSS-nummer, en Meet Me At The Basement is de beste afsluiter die ik ooit op gelijk welk optreden van gelijk wie heb gezien. Misschien een beetje weinig verrassingen op deze plaat, maar bij Broken Social Scene geldt mijns insziens nog steeds het adagium “if it ain’t broken, don’t fix it”.

7. Surfer Blood – Astro Coast

Het ging dit jaar erg hard voor de jonge wolven uit West Palm Beach: na het verschijnen van hun debuut werden ze meteen bestempeld als de opvolgers van Weezer en Pavement tegelijk, ze tourden een massa festivals af en tekenden in een recordtijd bij Warner. Enkele weken geleden stonden ze nog in het voorprogramma van Interpol tijdens hun Europese tour. met Astro Coast leverden ze dan ook een ijzersterke, catchy as hell gitaarplaat af.

8. Male Bonding – Nothing Hurts

Beetje in de schaduw van No Age gebleven dit jaar, de Britten van Male Bonding. Onterecht, want Nothing Hurts kan zeker en vast tippen aan Everything in Between. Waarom de shoegaze van Male Bonding dan enkele plaatsten lager staat dat die van No Age? Simpelweg omdat ik No Age dit jaar een erg goed optreden heb zien geven. Male Bonding zie ik in mei op Primavera in Barcelona, kom het me dan nog eens vragen. Die edit-knop is zo ingedrukt.
9. Allo Darlin’ – Allo Darlin’
Mooie liefdesliedjes met een haakje erin. Klinkt als een kruising tussen Magnetic Fields en old skool Belle & Sebastian. Verrassing van het jaar.

10. Born Ruffians – Say It

Hoekige, tot op het bot afgekloven indierock met riffs die zo uit het Velvet Underground-repetitiekot konden komen. Niet elk nummer is even sterk, maar de songs die ‘t hem wél doen zijn zo fantastisch dat de Ruffians in deze lijst niet konden ontbreken.
11. Real Estate – Real Estate
Hoe “The Good Earth” van The Feelies vandaag zou klinken.

Leave a Reply