Net terug van het Primavera Sound festival in Barcelona. Ongelooflijke ervaring. Niet alleen was de affiche niet minder dan buitenaards, ook de locatie (aan de Middellandse Zee!) en het gezelschap konden het weekend gewoon niet stuk krijgen. Ook nog nooit zoveel volledige optredens op een festival uitgekeken, enkel bij Gary Numan (beschamend) en Grizzly Bear (not my cup of tea) heb ik vroegtijdig andere oorden opgezocht.

Binnenkort maak ik hier een basic gidsje over wat je allemaal moet weten om makkelijk naar dit uitstekende festival te kunnen gaan, ik vond er op voorhand nogal weinig informatie over op het net. Nu eerst enkele korte impressies van de bands die ik er gezien heb (chronologisch).
Surfer Blood
Eerste nummers gemist omdat het de, euh, mist inging aan de drankbonnetjes. Normaal hadden we tijd genoeg om ons op ‘t gemakske te installeren in het appartement en ons dan met een zee van tijd op het festivalterrein te begeven, maar een staking van de Franse luchtverkeersleiding besliste daar anders over. Maar goed, Surfer Blood gaat nog héél groot worden. Onbegrijpelijk hoe een nummer als “Swim” nog altijd geen hitje is geworden. Het was duidelijk: deze jongelingen bársten gewoon van het talent en het enthousiasme spoot eraf. De kop was eraf, het eerste fijne optreden achter de kiezen!
The Fall
Primavera had heel wat oude legendes op het podium gezet, en dat is blijkbaar niet altijd een even goed idee. The Fall ging er muzikaal nog mee door, maar de zang ging door merg en been. Op de manier waarop een botte, roestige cirkelzaag dat kan doen. Je even leggen, een pintje drinken en bidden dat het snel over zou zijn was de enige uitweg.
Superchunk
Dat het ook anders kan, bewees Superchunk. Deze helden uit mijn muzikale jeugd gaven met volle overgave een greatest hits-setje, aangevuld met enkele nummers uit hun in september te verschijnen nieuwe. Aanstekelijke punkrock met knallers van riffs, én de nog immer ravissante Laura Ballance op bas. Winner!
Broken Social Scene
Hèt onbetwiste hoogtepunt van het festival. Ze hadden de Ray Ban-arena, het grootste podium van het festival, met recht en reden bomvol gekregen. Mensenlief, wat een muzikaal orgasme! Ze puurden vrij veel uit hun pas verschenen Forgiveness Rock Record, maar lardeerden de set ook met climactische versies van Cause = Time, 7/4 Shoreline en It’s All Gonna Break. Afsluiter Meet You At The Basement was zó goed dat het bijna illegaal werd. Dit optreden zal nog lang blijven nazinderen.

Hier viel het ook op dat de klank bijzonder goed was, geen sinecure als je met 9 bandleden op het podium staat. Die goeie klank zou een constante gedurende het hele festival blijven.
Pavement
Pavement deed wat ervan verwacht werd: een gedroomde reünie-set spelen. Malkmus liet zien dat hij nog steeds de coolste verschijning ooit op een podium is, de hitjes werden aan elkaar geregen en ze speelden lekker lang door (nummer of 28 denk ik). Enig klein minpuntje: geen Summer Babe, maar een kniesoor die daarover valt.
The New Pornographers
Ideale opener van de tweede dag. De nieuwe puike cd werd voorgesteld, maar ook oudere krakers als Testament to Youth in Verse, Mass Romance en The Bleeding Heart Show werden met veel overgave gebracht. Neeko Case was spijtig genoeg thuisgebleven. Altijd al een fan geweest van de Pornographers, na deze set wist ik weer waarom. Die grootse finales! Die perfecte popdeuntjes!
Condo Fucks
Ook Yo La Tengo stond er op een podium, maar dan in de gedaante van hun hobbyprojectje Condo Fucks. Denk aan The Stooges meet the Sonics. Garagerock ahoy dus, maar het kon me niet echt blijven boeien. Ira Kaplan en zijn trawanten speelden als beesten, maar ik kan toch niet ontkennen dat ik hun Yo La Tengo-platen véél beter vind. Ik ben er zeker van dat ze zich rot amuseren met hun wilde rockoptredens, maar een uur was véél te lang.

Wilco
Na deze decibel-bom was het tijd om even te gaan liggen, en bij welke groep kan dat beter dan Wilco (ok, hier ga ik commentaar op krijgen). Het begin van het optreden werd wat geplaagd door geluidsproblemen, maar eenmaal opgelost werd weer duidelijk waarom Wilco de beste band is die niemand kent. Een kort optreden naar hun maatstaven (uurtje, ze concerteren geregeld tegen de drie uur), maar elke minuut telde voor twee. Erg goed, zoals verwacht.
Pixies
De Never Ending Reunion Tour deed ook nog eens Barcelona aan. Kan ik erg kort over zijn: je kreeg waar je op hoopte. Een tierende Frank Black die aan een verschroeiend tempo de ene na de andere klassieker eruit perste. Greatest hits zullen nooit meer gewoon Greatest Hits zijn als je de Pixies zien dreunen hebt. Feestje!
Real Estate
Zoals collega Rob G. nog zei dat het optreden, “wat een schitterende namiddagmuziek”. Na het geweld van de avond ervoor was Real Estate de ideale manier om de derde dag rustig in te zetten. Goei optreden van een veelbelovende band, met relatief veel nieuwe songs. ‘s Anderendaags speelden ze nog een gratis set in Parc Joan Miro in het centrum. Stel je voor: één van je favoriete bands op vijf meter afstand, tussen het volk en de palmbomen, onder een stralende zon. Hemels.

Michael Rother & Friends play the music of NEU!
Beetje per toeval hier terecht gekomen. NEU! stelde ik me voor als een groep met één knaller van een plaat (HalloGallo) en de rest een hoop experimenteel geneuzel. Niets daarvan, dit was een ongelooflijke, fantastische brok pure energie. Het was 35 jaar geleden dat deze muziek nog eens live gebracht werd, lees ik net op het interweb, en dat is een schande. Rother (de ex-frontman van NEU!) was gewoon overweldigd door de reactie van het massaal opgekomen publiek, zelden zo’n brede glimlach en oprechte dankwoorden gezien. Beestig. Plus: de drummer was Steve Shelley, de slagman van Sonic Youth.

Florence & The Machine
Klok van een stem, maar wat platte muziek. Het was duidelijk dat haar stem als het hoofdinstrument aanzien wordt, en dat de gitaren en andere instrumenten bewust naar beneden gemixt werden. Resultaat: nogal een doffe achtergrondruis, zeker bij een kopstoot als Kiss with a Fist dat nu als een flauw aaitje klonk. Spijtig.
Built to Spill
Mijn favoriete band. Stonden op een véél te klein podium (ATP was af-ge-la-den vol) en worstelden een beetje met de eigen klankman. Zanger Doug Martsch was veel beter bij stem dan in de AB afgelopen maandag, en de nummerkeuze was bijwijlen grandioos. Afsluiter Carry The Zero, met haar Chinese muur van gitaren, deden de laatste twijfelaars overstag gaan: de sound van deze band is ongeëvenaard. Alleen moeten ze dringend iets doen aan hun ongeïnteresseerde houding op het podium, begint echt irritant te worden.
Pet Shop Boys
Heerlijke, kitscherige nostalgie verpakt in een wervelende licht- en podiumshow. De tientallen dansende gaylords in het publiek waren een aangename sideshow.
En hierna de bierbender van de eeuw. Blijkbaar waren de gewone pintbekers op (reeds halve liters) dus tapten ze maar in 75 cl-emmers. Feestje tot een uur of zeven!
Ik weet één ding: een festival als dit maak ik niet makkelijk meer mee. Of ik moest volgend jaar terug gaan. Kans zit er dik in.