Niet minder dan drie boeken heb ik gelezen de laatste veertien dagen,
de ene al wat beter dan de andere. Een echte stinker zat er gelukkig
niet tussen.
Frederick Forsyth – Avenger:
de laatste van topauteur Forsyth borduurt verder op hetzelfde stramien
dat we van hem gekend zijn. Een internationale faction thriller die
echtgebeurde elementen vermengt in een fictieve verhaallijn. Toch vond
ik dat Avenger niet zo sterk in elkaar zat dan zijn eerdere toppers
zoals Icon en The Fourth Protocol. Ook rommelt de verhaallijn soms wel
eens even, maar zonder spoilers vrij te geven kan ik hier niet verder
op ingaan. Maar een mindere Forsyth is nog altijd een stuk beter dan 75
procent van de verschenen boeken uit het spionagegenre.
Joseph Finder – The Moscow Club:
spionageroman die zich afspeelt in 1990, tijdens de laatste dagen van
het Sovjet-imperium. Hoofdrollen zijn weggelegd voor de Chairman van de
KGB, voor het voltallige Politbureau, de machthebbers in het Witte
Huis, enzovoort. Politieke intriges op internationaal topniveau, zo
heeft Smintjes het graag. Zolang het verhaal draait rond die figuren
blijft het dan ook beestig boeiend. Spijtig genoeg ontaardt het boek
nogal snel in een